Nieuws

Op deze pagina houden wij u op de hoogte van nieuwtjes op fiscaal en administratief gebied.

Nieuw 01-01-2019

Aftrek vanwege geen of kleine eigenwoningschuld wordt afgebouwd

Vanaf 1 januari 2019 wordt de regeling ‘Aftrek vanwege geen of kleine eigenwoningschuld’ (ook de wet Hillen genoemd) in 30 jaar geleidelijk afgebouwd. Dit betekent dat uw aftrek in 2019 nog 96,67% is.

U hebt recht op de aftrek als uw eigenwoningforfait hoger is dan de aftrekbare kosten, zoals de hypotheekrenteaftrek. De aftrek is gelijk aan het verschil tussen beiden.

 

Afbouw ouderenkorting

Vanaf 1 januari 2019 verandert de berekening van de ouderenkorting.

De ouderenkorting wordt inkomensafhankelijk afgebouwd. Op basis van de voorlopige cijfers wordt vanaf een verzamelinkomen van € 36.783 de ouderenkorting met 15% afgebouwd tot nul.

Tot een verzamelinkomen van € 36.783 krijgt u de volledige ouderenkorting. Die is voor 2019 voorlopig vastgesteld op € 1.596.

Het verzamelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten uit de 3 boxen, zonder eventuele verrekenbare verliezen over vorige jaren.

U krijgt de ouderenkorting automatisch als u aangifte doet.

Voorbeeld 
U hebt in 2019 de AOW-leeftijd en u hebt een verzamelinkomen van € 40.000. De afbouw bedraagt 15% x (€ 40.000 – € 36.783) = € 482. Uw ouderkorting wordt verlaagd tot € 1.114 (€ 1.596 – € 482).

Uitbetalen arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting aan minstverdienende partner wordt geleidelijk afgeschaft

Vanaf 1 januari 2019 wordt het uitbetalen van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de arbeidskorting aan de minstverdienende partner geleidelijk afgeschaft. Dit betekent dat de uitbetaling ieder jaar lager wordt en in 2023 geheel is gestopt.

De afbouw gaat gelijk met de afbouw van de uitbetaling van de algemene heffingskorting. In 2019 wordt nog 26,667% van het bedrag uitgekeerd aan de minstverdienende partner.

 

Eerste kamer stemt in met belastingplan: 10 belangrijkste wijzigingen

De Eerste Kamer heeft op 18 december ingestemd met ruim 60 belastingmaatregelen voor burgers en bedrijven. Dat betekent onder andere dat de belastingtarieven vanaf volgend jaar omlaag gaan en de heffingskortingen omhoog. Hierdoor wordt werken lonender.

De maatregelen zijn onderdeel van het pakket Belastingplan 2019. Een groot deel van de maatregelen gaat in per 1 januari 2019, net als een aantal belastingmaatregelen die al eerder zijn afgesproken. Rijksoverheid heeft 10 wijzigingen uitgelicht die zij het belangrijkste achten voor burgers.

1.      Invoering tweeschijvenstelsel

Door de geleidelijke invoering van een tweeschijvenstelsel met een basistarief en een toptarief nemen de besteedbare inkomens toe van alle personen met een inkomen vanaf 21.000 euro per jaar. Het tarief in de huidige tweede en derde schijf daalt in 2019 van 40,85% naar 38,10%. Het tarief in de huidige eerste schijf stijgt van 36,55% naar 36,65%. Het tarief in de huidige vierde schijf daalt van 51,95% naar 51,75%.

2.      Verhoging algemene heffingskorting

Door een verhoging van de algemene heffingskorting neemt het besteedbaar inkomen van mensen met een inkomen tot 68.507 euro per jaar toe. De heffingskorting stijgt in 2019 met 212 tot 2.477 euro voor inkomens tot 20.384 euro per jaar. Ook inkomens tussen 20.384 en 68.507 euro profiteren (beperkt) van de verhoging van de algemene heffingskorting.

3.      Arbeidskorting

Door een verhoging van de arbeidskorting gaat werken meer lonen. De maximale arbeidskorting stijgt in 2019 met 150 tot 3.399 euro. Daarnaast bouwt de arbeidskorting in 2019 sneller af. Hier profiteren werkenden met een inkomen tussen circa 10.000 en 41.000 euro van.

4.      Ouderenkorting

In 2019 wordt het maximale bedrag van de ouderenkorting na indexatie met 178 euro verhoogd tot 1.596 euro. Voor ouderen met een inkomen boven 36.000 euro bouwt de ouderenkorting vanaf dit jaar geleidelijk af. Ouderen met een inkomen tussen 36.000 en 47.000 euro profiteren hiervan, omdat de ouderenkorting in 2018 nog direct daalde naar 72 euro wanneer het inkomen boven de inkomensgrens uitkwam.

5.      IACK

Werknemers die werk combineren met de zorg voor jonge kinderen hebben recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). Deze korting zal in 2019 anders berekend worden. Mensen met een inkomen tussen de 5.000 euro en 25.000 euro kunnen minder IACK tegemoet zien, omdat het basisbedrag van 1.000 euro verdwijnt. Wel gaat het opbouwpercentage waarmee berekend wordt op hoeveel IACK je recht hebt, omhoog van 6,16% naar 11,45%. Hierdoor wordt de maximale IACK (2.835 euro in 2019) al bij een lager inkomen bereikt.

6.      Boodschappen

Het kabinet betaalt de verlaging van de lasten op arbeid gedeeltelijk door economisch minder verstorende belastingen te verhogen. Zo worden boodschappen iets duurder door een verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9%. Dit betekent in de praktijk dat boodschappen van 100 euro in 2019 2,83 euro duurder worden.

7.      Eigen Woning

Voor hogere inkomens (boven 68.507 euro) wordt het tarief van een aantal aftrekposten afgebouwd, zoals de hypotheekrenteaftrek. In 2019 bedraagt het tarief voor hypotheekrenteaftrek voor hoge inkomens 49%. Tegelijkertijd daalt het eigenwoningforfait naar 0,65%. Dit is een percentage van de WOZ-waarde van de woning waarover belasting moet worden betaald. Met ingang van 1 januari 2019 wordt tevens de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (de wet Hillen) beperkt. De aftrek wordt jaarlijks met 3 1/3 procentpunt verlaagd over een periode van 30 jaar.

8.      Vrijwilligers

Vrijwilligers kunnen jaarlijks tot 200 euro meer belastingvrij vergoed krijgen, tot een bedrag 1.700 euro per jaar. Daarnaast wordt de door de Belastingdienst gehanteerde uurvergoeding om te beoordelen of sprake is van vrijwilligerswerk verhoogd naar 5 euro.

9.      Vergroening

De belasting op aardgas gaat omhoog en op elektriciteit omlaag. Verhuurders die huurwoningen energiezuinig verbouwen zullen vanaf volgend jaar in aanmerking komen voor een heffingsvermindering.

10. Verhoging tabaksaccijns

Sigaretten, rooktabak en sigaren worden duurder. Zo wordt een pakje van 20 sigaretten 6 cent duurder (accijns+btw) en een pakje shag van 40 gram wordt 11 cent duurder (accijns + btw).

Tijdklemmen eigen woning-producten vervallen

Bron: Rijksoverheid en Belastingdienst

Vanaf 1 april 2017 zijn de tijdklemmen voor kapitaalverzekeringen, spaarrekeningen en beleggingsrechten voor de eigen woning vervallen. Dat betekent dat deze producten niet meer hoeven te voldoen aan de eis dat men minimaal 15 of 20 jaar premies of bedragen moet betalen om een belastingvrijstelling te krijgen voor de uitkering.

Eigenwoningschenking

Geen massale afkoop

Het geheel laten vervallen van de tijdklemmen biedt consumenten de mogelijkheid om een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), de spaarrekening eigen woning (SEW) en het beleggingsrecht eigen woning (BEW) zonder belastingheffing vervroegd af te kopen. ‘De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) verwachten dat het laten vervallen van de fiscale tijdklemmen niet tot massale afkoop van deze polissen leidt, omdat afkoop veelal niet in het belang van de klant is’, schrijft staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën aan de Tweede Kamer. In de Kamerbrief van februari informeert hij de Kamer over de impact van het laten vervallen van de tijdklemmen; de minimumtermijnen van 15 en 20 jaar.

Voorwaarden

Als de kapitaalverzekering uitkeert op of na 1 april 2017 dan kan de uitkering een vrijstelling van € 162.500 krijgen of € 325.000 als de consument een fiscale partner heeft. Door de vrijstelling hoeft er minder of geen belasting worden betaald. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet er aan deze drie voorwaarden worden voldaan:

  • De hele uitkering wordt gebruikt om de eigenwoningschuld of de restschuld af te lossen.
  • Ieder jaar zijn alle premies betaald.
  • De hoogste premie die op jaarbasis is betaald, is niet meer dan tien keer de laagst betaalde premie op jaarbasis.

Als de uitkering lager is dan de vrijstelling, dan hoeft daarover geen belasting worden betaald. Is de uitkering hoger dan de vrijstelling, dan moet er over de opgebouwde rente die in het bedrag zit dat boven de vrijstelling uitkomt belasting worden betaald.

===========================================================================================================================

Restschuldregeling eigen woning eindigt definitief op 31 december 2017

Bron: Ministerie van Financien

Restschuld

Vereniging Eigen Huis

Vereniging Eigen Huis had minister Dijsselbloem op 1 juni 2017 gevraagd om de restschuldregeling na 1 januari 2018 te behouden. Volgens de vereniging staan nog steeds 340.000 woningen onder water. Bij de verkoop van zo’n woning blijft de eigenaar zitten met een restschuld. Berekeningen van Calcasa onderbouwen deze stelling. Volgens het bedrijf wordt meer dan de helft van de woningen die tussen 2006 en 2009 zijn gekocht met verlies weer verkocht.

Crisismaatregel

De restschuldregeling is als crisismaatregel ingevoerd met ingang van 29 oktober 2012 en loopt op 31 december 2017 af. De maatregel had tot doel de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. Mensen met een zogenaamde onderwaterhypotheek (waarbij de waarde van de eigen woning lager is dan de op die woning rustende schuld) kunnen door de regeling toch verhuizen. De rente en kosten van de schuld die blijft bestaan na verkoop van de woning is tijdelijk aftrekbaar (maximaal 15 jaar).

Herstel van de woningmarkt

De doorstroming op de woningmarkt heeft zich inmiddels hersteld. Er is daarom geen reden meer om de restsschuldregeling na 31 december 2017 te laten voortbestaan, vindt de staatssecretaris.